Ksst ksst, opdonderden

Standard

Lig ik weer te puffen in mijn bed. Niet omdat ik net een lekkere vrijpartij achter de rug hebt, maar vanwege een gigantische opvlieger.

Allemachtig, wat heb ik het daarmee gehad. Gek word ik ervan. Ze teisteren me nu al jaren en ik vind dat het maar eens afgelopen moet zijn. Het is toch een schandaal dat vrouwen zo moeten lijden. Eerst worden we elke maand ongesteld. Zo’n veertig jaar achter elkaar, maand in maand uit, sommige zelfs vijf dagen lang.

En alsof dat al niet vervelend genoeg is, hebben we last van hormonale schommelingen die ervoor zorgen dat we achter elkaar drie repen chocola verslinden, twaalf lelijke fotolijstjes kopen bij de Blokker, smijten met de wasmand of gillende ruzie maken met onze mannen. En dan moeten we ook nog kinderen baren, iets wat volgens Daphne Deckers te vergelijken is met een tennisbal door je neusgat duwen. Ga er maar aan staan. En zijn de kinderen eenmaal gebaard en de bloedingen gestelpt en denk je eindelijk een beetje welverdiende rust te krijgen, word je overvallen door de menopauze. En die gaat gepaard met de meest uiteenlopende klachten: van depressie en incontinentie tot slaapproblemen en hartkloppingen. In mijn geval ook nog een gekmakende jeuk op mijn benen, rug en hoofd. En opvliegers natuurlijk, heel veel opvliegers. Er zijn vrouwen die daar nooit vanaf komen.

En kom nu niet aan met het verhaal dat er vrouwen zijn die er helemaal geen last van hebben, want ik heb er nog nooit een ontmoet. Sterker nog, ik denk dat vrouwen die beweren dat ze fluitend door de menopauze wandelen, gewoon niet willen toegeven dat ze er last van hebben omdat ze bang zijn oud en klagerig over te komen. Ze vinden de overgang ‘niet sexy’ en met ‘niet sexy’ willen ze absoluut niet geassocieerd worden. Stel je voor zeg, dat je als vrouw niet meer sexy bent, dan kun je net zo goed dood zijn. Allemaal onzin natuurlijk, maar je zal het maar denken.

Om nog maar te zwijgen van de dames die ervoor pleiten de overgang te zien als een spirituele fase. Een vriendin heeft er zelfs een boek over gekocht. Ik citeer: ‘de overgang is je kans om van binnen héél te worden. Het gaat om het temmen van je innerlijke draak. Als je daarmee aan de slag gaat, krijg je de energie terug van het kind dat je eens was, maar mét de kracht en intuïtie van de wijze, oudere vrouw.’

Nou ja zeg, daar heb ik echt wat aan als ik puffend uit het raam hang of tijdens mijn werk lijkt of ik in een sauna zit, zo warm en bezweet. In het boek staat ook dat ik aan het werk moet met mijn zeven chakra’s. Sorry hoor, maar daar heb ik al helemaal geen zin in. Ik heb wel wat anders te doen. Werken bijvoorbeeld, of lachen met vriendinnen of genieten van een mooi boek of een nieuwe Netflix-serie. Ik wil geen chakra’s koesteren, ik wil gewoon dat mijn opvliegers eindelijk eens opdonderen. Kssst kssst, donder op.

Met dank aan het magazine Saar en een beetje van mijzelf, Sarah

50+

Voller dan vol

Standard

Het is weer bikinitijd (badpak voor mij). Vol verbazing las ik een blog en de reacties op een artikel over het gewicht op sociale media. Ik weet het, ik kan beter geen reacties lezen, maar ik kan het om de een of andere reden ook niet laten. Blijkbaar heb ik dit nodig om tot mijn eigen mening te komen.

M (voor de privacy ) poseert in badpak en noemt zichzelf met haar maat 42 een plussize model. Hier in Nederland ben je dit al vanaf maat 40, zo lees ik. De reacties op dit stuk variëren van ‘prachtig lichaam’ tot ‘mooier dan een zak botjes’. Bijzonder, over de ergste volle personen mag je eigenlijk niets zeggen, die blikken zeggen genoeg wanneer men naar hen kijkt en de minder volle personen mag je blijkbaar wel afvallen als vrouw. Ik lees ‘zak botten’, ik lees ‘botjes tellen’ en ik lees ‘catwalk scharminkel’. Verder lees ik dat alleen ‘valse nichten niet van volle vrouwen houden’.

Wat is dat toch, dat eeuwige gezeik over het vrouwenlichaam. Vrouwen hebben een diepgewortelde onzekerheid over hun lijf en het begint al in de pubertijd. Ik kan hierover meepraten; vanaf een jaar of veertien voelde ik mij te dik. Ik was helemaal niet dik, ik was normaal. Niet vol, niet mager, gewoon normaal. Een standaard maatje achtendertig, niet teveel tiet, niet teveel kont. Dat niet teveel tiet werd me overigens constant ingewreven door een school-genoot. ‘De erwtjes op een plank’, hoe maak je een puber onzeker? Mijn omgeving was ook heel erg bezig met hun uiterlijk of dat van een ander te bekritiseren, dat maakte het mij niet gemakkelijk.

Het heeft me veertig jaar gekost om een beetje zelfvertrouwen op de bouwen betreffende mijn lijf. Iedere zwangerschap gaf mij 1 cup meer tiet (en extra kilo’s buik), dus in dat opzicht zal ik niet klagen, het zijn gelukkig geen meloenen, maar ik ben de erwtjes allang voorbij (en trouwens wat is daar mis mee?).

Nog steeds ben ik niet echt veel te zwaar, maar zeg dat maar eens tegen mijn hoofd. Mijn spiegelbeeld geeft standaard tien kilo meer weer vanuit dat oogpunt. Ik pas niet meer in mijn maatje achtendertig wel nog steeds in tweeenveertig en vind mezelf bij vlagen nog steeds te zwaar.

Ik ben normaal, net als de meeste dames onder ons én de meer voluptueuze dames. Wij vrouwen komen namelijk (net als mannen) in allerlei soorten en maten voor. Die variatie is fijn, we zijn geen eenheidsworst. Plussize, min(i)size en de ‘tween-size’, te dun voor de plus en te dik voor de min(i). Gewoon, zoals we horen te zijn, zonder stempel van de vleeskeuringsmaffia.

Foto: gemaakt door kleindochter Tess 4 jaar!

Moederdag,

Standard
Mijn kleindochter van bijna 5 kan niet wachten op het moment dat zij grote zus wordt en ook een beetje mama oefent nu met haar babypop. Mijn schoondochter geniet van haar 2e zwangerschap en is zo goed als op de helft om weer een keer moeder te worden. Ik, moeder van 2 prachtige jongens weet nog goed dat hun voor het eerst ‘mama’ zeiden en ondertussen het misschien wel miljoenen keren hebben gezegd tegen mij. Mama is voortaan ook al moeke. Dat kleine lieve woordje staat voor zo veel. En dat woordje vieren we met Moederdag. Elk jaar opnieuw vind ik het leuk, een luchtig klein feestje. Néé, niet de cadeaus daar draait het niet om. Het liefst zou ik met z’n allen gewoon aan onze tafel zitten met een lekker stuk appel-

of aarbeientaart en maar kletsen. Bijpraten en vooral genieten van elkaar. Hopelijk schijnt de zon dan ook en is het voor mij al een geslaagd feestje. Het lijkt zo gewoon maar voor veel vrouwen is het moederschap helemaal niet vanzelfsprekend. En dan is het Moederdag en dan ben je zelf geen moeder. En je had het zó graag willen zijn. Dat doet pijn en dat blijft pijn doen. Ook als je vriendinnen die moeder zijn oma worden. Nieuwe pijn. Vaak schuilt er in al die vrouwen een schat van een moeder. Ze zijn fantastisch voor neefjes en nichtjes en vooral lief voor hun eigen moeder. Ze zijn voor hen onmisbaar en dat vind ik ook ‘moeder’ zijn.

Je zult nú jong zijn

Standard
Steeds meer jongeren lopen tegen een burn-out aan, ik weet óók hoe dat voelt en het verbaast mij eigenlijk niets. Je zult in deze tijd maar jong zijn. The sky is the limit, geluk is maakbaar en als je niet succesvol bent, doe je niet goed genoeg je best. Een blik op Instagram en je wordt overspoeld met plaatjes van perfecte levens.

Tegenwoordig moet je studeren, neem dan maar op de basisschool bijlessen, want zonder studie ‘kom je er niet.’ De eisen zijn belachelijk hoog en voor de simpelste baantjes worden nog om een HBO-diploma gevraagd.
Toen ik 16 was, waren er leeftijdgenoten die school voor gezien hielden en van baantje naar baantje hopten sommige zelfs zwanger – en zo ziels gelukkig werden en goed terecht kwamen. Bovendien moet je behalve slim ook nog mooi, hip en onderscheidend zijn.
Hoe je dat doet, leer je via talloze blogs en vlogs. En lukt het je niet? Eigen schuld. En néé, dan tel je dus niet meer mee. Ik heb het te doen met deze jonge generatie waarin je 24-uur online moet zijn om maar niks te hoeven missen. FOMO, ofwel the Fear Of Missing Out! Ga er maar aanstaan.
En néé in mijn tijd hadden we géén dino’s als huisdier wel de Flinstones op tv. Wij speelden buiten tot de lantaarnpalen licht gaven, de touwtjes nog uit de brievenbus konden blijven hangen om de voordeur te openen. Thuis was er rust en geen mobiel. Wij hadden, een tv, radio en een huistelefoon, die je niet zomaar mocht gebruiken, want: ‘weet je wel wat dat kost?’ zei mijn moeder.
Of de jongeren ongelukkiger zijn dan dat wij waren, dat weet ik niet. Ik weet wel als ik dat moest doen in mijn tienerjaren wat nu van hen wordt verwacht dan had je mij ergens kunnen opvegen. Tijden veranderen…het was wél een stuk relaxter in mijn tijd, de mooiste tijd.
Met dank aan Gonnie

Margriet 16 en een klein beetje van mijzelf, Ursula

Nostalgie

Standard

Herkenning en verlangen naar vroeger. Weg zwijmelen bij jeugdherinneringen en terug denken aan ‘die goede, oude tijd’. We doen het allemaal van tijd tot tijd. Ik doe het zelf ook maar al te graag. Een feest van herkenning.

Heerlijk toch?

Echt jarig zijn en van ieder een cadeau krijgen..dat verwachte ik niet. Net als vroeger, toen was het een klein cadeautje van degene die ik mocht uitgenodigen op mijn kinderfeestje en ze staan zó leuk bij elkaar op tafel.

Zo denk ik terug aan de tijd dat ik jong ouder was en ik zelf druk bezig was mijn leven op te bouwen met hem waar ik oud mee wil worden. De jaren ’90 van de vorige eeuw was met onze kids. Hun tafel met cadeaus tijdens hun verjaardagen, het leek wel Sinterklaas.

Maar ook denk ik terug aan mijn eigen jeugd en puberteit. En filter daar steeds meer het goede uit. De jaren ’60 waarin mijn ouders trouwden en ik geboren ben door het bekijken van mijn babyfoto’s zie ik dat ik een puppy kreeg bij mijn derde verjaardag, mooiste cadeau ever, de jaren ’70 waarin ik naar school ging en een zusje kreeg, bijzonder en in de jaren ’80 die heeft mij en onze generatie gevormd.

De meeste mensen kijken met plezier terug op vroeger. Het bekende gevoel van nostalgie. Voor mij begon het leren leven toen pas echt! Nostalgie uit #mijnleven samen met mijn lief…van ’85 tot heden het mooiste cadeau is de onvoorwaardelijke liefde ❤

Lieve brief #onzichtbaarziek

Standard

Lieve zieke, heb je lichaam lief en koester het.

Tekst Susan Smit

Lieve zieke, heb je lichaam lief en koester het

Je zou liever gezond zijn, en bent jouw ziekte misschien gaan zien als onderdeel van jouw identiteit. Maar je bent meer dan jouw ziekte, of beperking.

Lieve zieke,

Je bent veel meer dan je ziekte, het is niet wat jou bepaalt, ook al voelt het soms of anderen dat wel zo zien. Dat besef ik en toch schrijf ik je in deze brief aan als ‘zieke’. Over dát aspect van je leven zou ik het namelijk met je willen hebben.

Misschien weet je niet beter dan dat je de ziekte, beperking of aandoening hebt die je hebt, of misschien ben je later in je leven ziek geworden. Misschien heb je er af en toe last van of beperkt het je hele leven, misschien ben je achttien of tachtig jaar oud. Hoe dan ook, er zullen dingen zijn die je gemeen hebt met iedereen die langere tijd of zelfs chronisch ziek is.

Je hebt jezelf in een moment van wanhoop vast eens de vraag gesteld ‘waarom overkomt mij dit?’ of ‘Waar heb ik dit aan verdiend?’ Je hoort over helden die een ziekte (misschien wel precies de ziekte die jij hebt) hebben ‘overwonnen’ door hard te vechten. Of – dat klinkt ‘spiritueler’ en daardoor subtieler – je hoort mensen beweren dat je lichaam jou met deze ziekte iets wil vertellen, maar dat je kennelijk niet luistert omdat je nog steeds ziek bent. Het komt allemaal voort uit een moralistische opvatting over ziekte, met schuld en boete. En daar moeten we van af, vind je ook niet?

Health is a choice,’ zei zelfs Oprah Winfrey laatst in een filmpje waarin ze liet zien hoe ze tegenwoordig eet en beweegt. Elke dag gaan sporten en die slagroompunt laten staan zijn inderdaad keuzes, maar gezondheid is dat niet. Gezond zijn is geen keuze, het is een privilege waar wij zelf niet zoveel mee te maken hebben. Het is een zegen die zo lang duurt als ze duurt. En geen dag langer.

Schaamte en zelfveroordeling kunnen je kwellen, lieve zieke, zeker als er geen duidelijke verklaring is voor hoe je je voelt of als het niet voor iedereen zichtbaar is wat eraan scheelt. Je zult over je eigen grenzen zijn gegaan, daarvoor een hoge prijs van pijn en uitputting hebben moeten betalen, om maar ‘gezond’ te zijn of lijken. Een tegenovergestelde houding is slachtofferschap, die je kan doen verkrampen en gevangen houden. Beide reacties op een ziekte beperken je in het vinden van een rustigere manier om met deze situatie om te gaan.

De waarde van lichamelijke genezing wil ik op geen enkele manier ontkennen, de vechtlust en volharding om te revalideren of je aan een behandelschema te houden ook niet. Maar wat ik zou willen zeggen, lieve zieke, is dat er nog iets belangrijks naast staat: het innerlijke proces van het toelaten van de realiteit zoals die nu (nog) is. De ogenschijnlijk onacceptabele dingen die je toch moet gaan accepteren. Het volledig aanvaarden van de situatie zoals hij nu is – dat is misschien wel de grootste strijd die je kunt leveren en de grootste overwinning die je kunt behalen.

Misschien kan je leven niet pas weer verder gaan als je beter bent. Misschien is dit nu al het leven dat het verdient ten volle geleefd te worden en is dít het lichaam, inclusief de ziekte die het teistert, dat het verdient om ten volle gekoesterd en bemind te worden.

Jaren geleden ontmoette ik een prachtige, inspirerende vrouw die zich verzette tegen het idee dat een ziekte altijd iets is dat gefixt moet worden: schrijfster Annemarie Postma. Ze kreeg op haar elfde een dwarslaesie. Jarenlang heeft ze geprobeerd weer te leren lopen, tot ze ondervond dat werkelijk beter worden niet lag in het veranderen van de situatie, maar in het accepteren ervan. Ze gelooft dat haar lichaam perfect is uitgerust om de taken van haar ziel te volbrengen. ‘Beter worden?’ vroeg ze. ‘Beter dan wíe? Beter dan wát? Beter dan wannéér?’

Wat een kracht wordt er van je gevraagd, lieve zieke, elke dag weer. Mijn hart gaat naar je uit en mijn hoed neem ik voor je af. Wat levert je lieve lichaam een voortdurende strijd. Straf haar niet, wees niet boos op haar, maar bejegen haar liefdevol. Reis met haar af naar een plek voorbij goed en fout, voorbij gezond en ziek, voorbij volmaakt en onvolmaakt. Daar, voorbij de strijd, is genade te vinden.

Met de grootste achting voor de manier waarop je met jouw situatie omgaat,

Susan Smit

Slapeloosheid

Standard

Het is donker in mijn slaapkamer – het is dan ook midden in de nacht. Ik lig stil en houd mijn ogen gesloten. Ik draai mij nog maar eens om en zucht. Waarom val ik niet meer in slaap? Waar blijft die heerlijke verlossende slaap, de slaap die ik nu zo hard nodig heb!? Nog maar een paar uur tot de wekker gaat… Haal ik weer die acht uur niet en ben ik morgen weer gesloopt! Toch kan ik de frustratie onderdrukken. Naast mij ligt man lief, zoals gewoonlijk wel lekker te slapen. Wel willen maar niet kunnen slapen, zorgen maak ik mij niet terwijl de rest van de wereld in dromenland verkeerd – het is wel een bijzonder vervelende ervaring.

Het is ook een ervaring die de meeste mensen wel eens hebben meegemaakt. Of het nu moeite met in slaap vallen was, of s’ochtends (veel) te vroeg wakker worden en niet meer verder kunnen slapen – iedereen weet wat slapeloosheid is. Nu zijn er nogal wat mensen die vaak last hebben van slapeloosheid. Dus in plaats van af en toe of gedurende tijden van stress hebben zij hier zeer regelmatig last van, voor een lange tijd. Dan spreken we over chronische slapeloosheid.

Een groot gedeelte van de bevolking heeft wel eens problemen met in slaap vallen of te vroeg wakker worden. Maar liefst 9-15% van de bevolking ondervindt ook overdag last van zijn/haar slapeloosheid. Bij 6,0-8,5% van de bevolking kan zelfs gesproken worden van chronische slapeloosheid – de slaapstoornis insomnie.

Mensen die last hebben van insomnie slapen slecht. De voornaamste klachten zijn: moeite hebben met inslapen ( dat heb ik nooit), niet doorslapen of niet uitgerust zijn na de slaap (Dat met regelmaat). Mensen die last hebben van insomnie liggen doorgaans uren wakker, liggen te draaien te piekeren en wat ze ook doen ze komen slecht in slaap. De volgende dag zijn deze mensen dan ook erg moe, snel prikkelbaar en versuft. Doordat mensen zo moe zijn proberen ze soms overdag bij te slapen wat dan weer slapeloosheid `s nachts als gevolg heeft. Ik lig te draaien en besluit dan wat te gaan lezen of te schrijven, meestal lukt het mij daarna nog om wat te slapen of doe ik een dutje overdag op mijn bank.

Niet zeggen en wel zeggen

Standard

Niets is erger dan dat niemand iets aan je ziet. Onzichtbaar ziek zijn, onverklaarbare lichamelijke klachten hebben en chronische vermoeid zijn. Dan ga je door een periode van diepe dalen, onbegrip en verdriet. En heb je je dierbaren meer dan ooit nodig. Maar niet als ze zeggen: “Heb je het nóg niet geaccepteerd?”

*Niet zeggen

Kop op!

Jij bent een sterke vrouw, jij kunt dit aan.

Hoe gaat het?

Weet je wat pas erg is … ik ken een vrouw die twee keer die K-ziekte heeft gehad.

De zon schijnt. Ga lekker naar buiten en pak een terrasje.

Geen energie, misschien helpt sporten.

Is het niet tijd je leven weer op te pakken?

Je kunt me altijd bellen.

Het universum wil je blijkbaar iets vertellen.

Gelukkig heb je lieve kinderen/een goeie baan/fijne vrienden.

Ik weet precies wat je doormaakt.

Laat het me maar weten als ik iets voor je kan doen.

We houden contact.

Probeer ook aan positieve dingen te denken.

Nou meid, ik weet het, toen ik bla bla bla …

Blijf je er niet teveel in hangen?

Wat? Kom je nu wéér niet?

Ja, het leven is niet altijd leuk.

Ik ga verhuizen, dus ik ben ook een soort van in de rouw.

Moet je niet eens met iemand praten?

Dit komt niet voor niets op je pad.

Weet je wat jij moet doen? Bla, bla, bla …

Ben je er nu nog niet overheen?

*Wat je wel kunt doén

Er zijn.

Boodschappen doen en voor haar koken / haar hond uitlaten / de keuken opruimen / bed verschonen

Echt luisteren.

Vragen stellen.

Haar laten huilen.

Haar tien keer hetzelfde verhaal laten vertellen.

Appen, mailen, lieve kaartjes sturen.

Nieuwe afspraak maken.

Kleinkinderen zijn geweldig

Standard

Het ene moment wil ik even een momentje voor mijzelf en het andere moment kan ik niet genoeg van haar krijgen: Mijn kleinkind. Kinderen hebben ontzettend veel mooie en inspirerende eigenschappen waar wij grootouders nog van kunnen leren. Ontdek de 5 redenen waarom kleinkinderen te gek zijn. Met dank aan het artikel van Opa ‘n Oma.

Kleinkinderen zijn te gek – 5 redenen

Juist omdat kinderen in een totaal andere fase van het leven zijn, is het heerlijk om hun te observeren, met hun te spelen en de wereld op die manier door hun ogen te zien. Naarmate ik ouder word verlies ik steeds meer dat aspect dat kinderen zo te gek maakt. Wanneer ik een grootouder werd, had ik weer een kans om dat weer terug te krijgen.

1. Waardering voor de kleinste dingen

Kinderen willen vaak uitbundige cadeautjes, maar zelfs met de kleinste dingen kan je een enorme glimlach op hun gezicht toveren. Denk bijvoorbeeld aan het priegelige speeltje van de Action of een chocolade-ei. Naarmate wij ouder worden waarderen we de kleine dingen in het leven steeds minder. Soms is het goed om even hierbij stil te staan, zeker als ik mijn lief kleinkind een staande ovatie zie geven voor iets kleins.

2. Vreemden worden snel vriendjes

Kinderen kijken uiteraard uit voor vreemde mensen. Het enige wat alle kleinkinderen gemeen hebben, is dat een vreemd kind binnen de kortste keren een goede vriend kan worden. Volwassenen hebben naarmate de jaren verstrijken steeds minder vrienden, terwijl mijn kleinkind haar huis kan vullen met al haar vriendjes en vriendinnetjes.


“Wij volwassenen kunnen stiekem nog een hoop leren van die lieve hummeltjes”


3. Onschuldig en oprecht

Kleinkinderen kunnen vaak nog niet liegen. Ze zijn oprecht en onschuldig. Iemand tevreden houden, daar doen ze niet aan. Kinderen geven je de keiharde, soms pijnlijke, waarheid. Dat zouden wij volwassenen ook eens wat vaker moeten doen! Je kan nu eenmaal niet altijd iedereen tevreden houden, soms moet je eerlijk zijn en zeggen waar het op staat. Net zoals mijn kleinkind dit doet.

4. Het gevoel is leidend

Omdat kinderen vaak nog oprecht zijn, volgen ze regelmatig hun gevoel. Als mijn kleinkind verdrietig is, dan gaat zij huilen. Als zij blij is, dan lacht mijn kleinkind volop! Niets wordt ingehouden en niets wordt verdrongen. Kinderen voelen wat ze voelen omdat hun gevoel altijd leidend is. Dat zou voor een hoop volwassenen ook een goed advies zijn.

5. Een open en onbevooroordeelde blik

Als je jong bent, weet je nog niet zoveel van de wereld en de mensen die er wonen. Kinderen kijken naar alles en iedereen met een open en onbevooroordeelde blik. Ze vinden iets of iemand leuk simpelweg omdat ze dat vinden. Kinderen kijken niet naar materiële waarden of status van iemand.

De wereld is nog vol mogelijkheden en vol goedheid. Wij volwassenen vergeten door alle narigheid in de wereld nog wel eens om ons te focussen op de goede dingen. Er zijn altijd twee kanten van een verhaal, waarom geldt dat dan niet voor de wereld?

Neem de tijd om eventjes stil te staan en te denken wat goed gaat en hoe jij daar eventueel aan kan bijdragen. De kans is groot dat jouw kleinkind dit al doet!