Daily Archives: May 20, 2014

UITSLAG #COLONSCOPIE

Standard

Uitslag colonscopie bij Dr. Laheij

Wat een bijzonder lieve arts Dr. Laheij. Hij was erg geschrokken van mijn champignon kwekerij in de laatste stuk van mijn darm en ik kreeg tijdens behandeling ook een flinke nabloedingen. Voor nu geen kanker over 10 jaar had het dat wel kunnen worden, zei hij. Zo das 2x optijd erbij dacht ik. Nu moet Ik 11/6 terug voor de verwijdering van die poliep. Met de hoop dat het oké gaat anders wordt het chirurgisch verwijderen. Voor nu ga ik ervan uit dat het goed afloopt. Hij vertelde mij dat, dat wat er verwijderd wordt ook nog voor verder onderzoek naar het lab gaat. Dat is alleen maar fijn. Want dit is de 2e X dat ik er optijd bij ben. Daarvoor moest ik mijzelf maar eens inlezen op Lynch-syndroom.

Lynch syndroomLynch syndroom (Hereditair Non-Polyposis Colorectaal Carcinoom/HNPCC)

Het Lynch syndroom is een erfelijke aanleg voor met name darm- en baarmoederkanker, maar ook andere vormen van kanker komen voor.
Op dit moment zijn vier erfelijke eigenschappen (genen) bekend die het Lynch syndroom kunnen veroorzaken namelijk MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2. Bij het Lynch syndroom is sprake van een ziekteveroorzakende verandering (mutatie) in één van deze genen.

Over het precieze risico op kanker bij een PMS2-aanleg is nog weinig bekend.
Wat betreft MLH1, MSH2 en MSH6 geldt het volgende:
Dragers van een erfelijke aanleg voor het Lynch syndroom hebben gedurende het leven een risico van 25-70% om dikke darmpoliepen en darmkanker te ontwikkelen. Het risico voor mannen met de aanleg is hoger dan het risico voor vrouwen met de aanleg. In het algemeen neemt de kans op dikke darmpoliepen en darmkanker toe vanaf het 25e jaar en de gemiddelde leeftijd van diagnose is 45-55 jaar. De leeftijd van ontstaan van darmkanker bij MSH6 mutatiedragers is in het algemeen wat hoger dan bij MLH1 en MSH2 mutatiedragers. Indien een drager reeds éénmaal darmkanker heeft gehad, is er een verhoogd risico op het opnieuw ontstaan van darmkanker in het nog resterende deel van de dikke darm.
Dikke darmkanker in families met het Lynch syndroom ontstaat vrijwel altijd uit een dikke darmpoliep. Door dikke darmpoliepen tijdig te verwijderen, kan op effectieve wijze het risico op het ontstaan van dikke darmkanker verlaagd worden. Dragers en draagsters van een aanleg komen vanaf 25-jarige leeftijd in aanmerking voor periodieke controle van de dikke darm door middel van een colonoscopie iedere 1 á 2 jaar.

Vrouwen die draagster zijn van een aanleg voor het Lynch syndroom hebben ook een verhoogd risico van 25-70% op het krijgen van baarmoederkanker. Het risico op baarmoederkanker is hoger voor MSH6 mutatiedraagsters dan voor MLH1 en MSH2 mutatiedraagsters. Draagsters kunnen vanaf 35-40-jarige leeftijd in aanmerking komen voor jaarlijkse gynaecologische controle (vaginale echografie, met endometriumbioptie). Soms is op termijn het preventief verwijderen van de baarmoeder een optie.

Behalve een risico op dikke darmkanker en baarmoederkanker kan er in sommige families met het Lynch syndroom ook een verhoogd risico zijn op andere tumoren, met name maag-, eierstok-, dunne darm-, huid- en urinewegtumoren. De risico’s op deze tumoren zijn echter over het algemeen laag (<15%). Preventief onderzoek hiernaar wordt meestal niet geadviseerd. De gynaecoloog kan wel door middel van de echografie ook de eierstokken bekijken en een speciaal bloedonderzoek verrichten (tumormerkstof CA125). Ook kunnen bij een baarmoeder verwijdering ook de eierstokken verwijderd worden.
Het is voor mensen met Lynch syndroom verstandig niet te roken.

Het Lynch syndroom erft autosomaal dominant over. Bij deze vorm van erfelijkheid heeft ieder kind van een drager een kans van 50% (1 op 2) op het erven van deze aanleg.